Je bent verpleegkundige, verzorgende of begeleider en je werkt als zzp’er — misschien via een bemiddelingsbureau, misschien rechtstreeks voor een instelling. Wat je ook doet: de zorg is een van de sectoren waar de Belastingdienst en de instellingen zelf het scherpst letten op schijnzelfstandigheid. Sinds de handhaving per 1 januari 2025 is hervat, twijfelen veel zorg-zzp’ers of ze wel echt zelfstandig genoeg werken. Dit artikel legt eerlijk uit waar het om draait, zonder paniek en zonder je iets te beloven dat niemand kan waarmaken.
Wat is schijnzelfstandigheid in de zorg?
Schijnzelfstandigheid betekent dat je op papier zzp’er bent, maar in de praktijk werkt zoals iemand in loondienst. De wet kijkt naar drie kenmerken uit het arbeidsrecht (artikel 7:610 BW): verricht je persoonlijk arbeid, krijg je daarvoor loon, en is er sprake van een gezagsverhouding? Komen die drie samen, dan kan er feitelijk een arbeidsovereenkomst zijn — ook als er “overeenkomst van opdracht” boven je contract staat.
Het gaat dus niet om wat er in je contract staat, maar om hoe je werk er in de praktijk uitziet. De rechter beoordeelt dat totaalplaatje met een holistische toets: alle omstandigheden samen bepalen of iemand werknemer is of ondernemer. Die norm komt uit de arresten Deliveroo (Hoge Raad, 24 maart 2023) en Uber (Hoge Raad, 21 februari 2025) en geldt nog steeds.
De klassieke risicozone in de zorg is inbedding. Draai je mee in het rooster van een afdeling, doe je dezelfde diensten en taken als de vaste medewerkers, werk je volgens de protocollen van de instelling en onder aansturing van een teamleider? Dan lijkt je werk in de praktijk sterk op dat van iemand in loondienst — en dat is precies waar de Belastingdienst naar kijkt.
Waar let de Belastingdienst op?
Er is geen puntensysteem en geen cijfer dat je “geslaagd” verklaart. De Belastingdienst en de rechter wegen een reeks gezichtspunten tegen elkaar af; geen enkel kenmerk is op zichzelf beslissend, het gaat om het totaalbeeld. Een paar die in de zorg vaak het verschil maken:
- Inbedding en rooster. Sta je gewoon ingeroosterd op een afdeling, doe je dezelfde diensten als het vaste team en werk je volgens hun protocollen en onder hun aansturing? Dat weegt in de zorg extra zwaar en is een sterk teken van loondienst.
- Ondernemersrisico. In de zorg is dat risico vaak beperkt: je gebruikt de middelen, systemen en materialen van de instelling. Dat is eerlijk om te benoemen, want juist dit gezichtspunt pakt hier vaak niet in je voordeel uit.
- Aantal opdrachtgevers. Werk je voor meerdere instellingen, of ben je feitelijk fulltime van één afdeling afhankelijk?
- Tussenkomst van een bureau. Veel zorg-zzp’ers werken via een bemiddelings- of detacheringsbureau. Dat maakt de beoordeling anders: er zit dan een schakel tussen jou en de instelling, en het kan uitmaken wie het gezag uitoefent en met wie je feitelijk een relatie hebt. Bij detachering is de kans op een dienstverband met het bureau reëel; laat dit bij twijfel goed uitzoeken.
Tegenwicht dat richting ondernemerschap wijst: meerdere opdrachtgevers of instellingen, zelf je tarief en je diensten bepalen, je eigen (bij)scholing regelen, je BIG-registratie op eigen naam en een eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Ook hier is het totaalbeeld beslissend.
Gratis Wet DBA-check — Zie in een paar minuten welke kenmerken van jouw werk in de zorg richting zelfstandigheid of loondienst wijzen. Geen score, geen e-mail nodig. Doe de gratis check →
Ben ik als zorg-zzp’er schijnzelfstandig?
Dat kan niemand van een afstand met zekerheid zeggen — ook wij niet. Het hangt af van het complete beeld van hoe jij werkt. Twee korte voorbeelden om een gevoel te geven:
Sanne werkt als verpleegkundige voor drie verschillende instellingen, plant zelf haar diensten in, bepaalt haar eigen tarief, regelt haar eigen bijscholing en heeft een eigen aansprakelijkheidsverzekering. Dat beeld kan wijzen op zelfstandig ondernemerschap.
Karim werkt al twee jaar vrijwel fulltime op dezelfde afdeling, staat gewoon in hun rooster, doet dezelfde diensten als het vaste team en werkt volledig volgens hun protocollen en aansturing. Dat beeld kan wijzen op een verkapt dienstverband — precies het soort situatie waar de Belastingdienst in de zorg naar kijkt.
Belangrijk om te weten: een eventuele naheffing van loonheffingen landt vooral bij de opdrachtgever — de zorginstelling of het bureau — en niet bij jou. Voor jou zit het risico vooral in de inkomstenbelasting, bijvoorbeeld doordat de ondernemersaftrek ter discussie komt te staan. Bij twijfel is dat een reden om het serieus te nemen.
Je zichtbaarheid als ondernemer
Nu het eerlijke deel, want hierover doen online veel halve waarheden de ronde. In de holistische toets zit een gezichtspunt over of je je “als ondernemer in het economisch verkeer” presenteert. Een eigen website kan daaraan bijdragen — maar wees eerlijk: in de zorg is dat een klein en ondergeschikt signaal. Of jij zelfstandig werkt, wordt hier veel meer bepaald door je rooster, je aansturing, je aantal opdrachtgevers en je tussenkomst-constructie dan door een etalage op internet.
Zeg het dus zoals het is: een website maakt je niet DBA-proof, is niet verplicht volgens de Wet DBA, verbetert je “DBA-status” niet, levert geen “punten” op en voorkomt geen naheffing. Wat een website hooguit doet, is bestaand ondernemerschap zichtbaar maken. Ben je in de praktijk gewoon ingebed als vast personeel, dan verandert een mooie site daar niets aan. De onderliggende werkelijkheid telt, niet de etalage — en in de zorg telt die werkelijkheid extra zwaar.
Wat kun je nu doen
Een paar praktische stappen als je hier grip op wilt krijgen:
- Kijk kritisch naar je constructie. Draai je feitelijk mee als vast personeel op één afdeling? Bespreek met je opdrachtgever of het bureau of je afspraken anders kunnen, zodat je werk minder op een dienstverband lijkt. En weet: bij detachering kan een dienstverband met het bureau ontstaan.
- Laat de opdrachtgever de Webmodule invullen. Via de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie kan een opdrachtgever een indicatie krijgen over jullie arbeidsrelatie. Die is bedoeld voor opdrachtgevers en geeft geen zekerheid, maar wel een richting.
- Ken de bron. Lees rechtstreeks mee bij de officiële instanties: Belastingdienst — arbeidsrelaties, Rijksoverheid — voorkomen van schijnzelfstandigheid en KVK — Wet DBA.
- Schakel bij twijfel een fiscalist of jurist in. Juist in de zorg, met bureaus en detachering ertussen, is het soms ingewikkeld. Deskundig advies op jouw situatie is het geld waard; een blog kan geen persoonlijk advies vervangen.
Nog even de stand van zaken in 2026, zodat je geen onzin voor waar aanneemt. De handhaving loopt sinds 1 januari 2025. In 2026 kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen; verzuimboetes gelden nog niet. De aangekondigde VBAR-verduidelijking is op 6 maart 2026 geschrapt. Het veelgenoemde rechtsvermoeden van werknemerschap bij een tarief van rond de 38 euro per uur is een vóórstel, geen wet en geen minimumtarief. Een bredere Zelfstandigenwet is nog in ontwikkeling. Kortom: het is in beweging, en de zorg ligt er scherp onder — check dus de officiële bronnen hierboven voor de actuele stand.
Wil je zien hoe jouw eigen situatie eruitziet? Doe de gratis Wet DBA-check. In een paar minuten zie je welke kenmerken van jouw werk in de zorg richting zelfstandigheid of loondienst wijzen — zonder score, zonder e-mail, gewoon om je op weg te helpen richting een gesprek met een adviseur.