Je staat als zelfstandig schilder ingeschreven, stuurt netjes je facturen en draait al een paar jaar mee in de ploeg van hetzelfde schildersbedrijf. Je hoort ‘s ochtends welk pand aan de beurt is, werkt onder aansturing van de voorman en gaat door zolang er verf op de muur moet. Voelt als ondernemen, maar is dat volgens de Belastingdienst ook zo? Sinds de handhaving op schijnzelfstandigheid is hervat, twijfelen veel schilders hierover. Dit artikel legt uit waar het om draait, zonder paniekverhaal en zonder loze beloftes.
Wat is schijnzelfstandigheid voor een schilder?
Schijnzelfstandigheid betekent dat je op papier zelfstandige bent, maar in de praktijk eigenlijk werkt zoals iemand in loondienst. De wet kijkt hiervoor naar drie kenmerken uit het arbeidsrecht (artikel 7:610 BW): verricht je persoonlijk arbeid, krijg je daarvoor loon, en is er sprake van een gezagsverhouding? Als die drie samenkomen, kan er feitelijk een arbeidsovereenkomst zijn, ook als er “overeenkomst van opdracht” boven je contract staat.
De klassieke risicozone voor schilders is onderaanneming voor schildersbedrijven en aannemers. Draai je jarenlang als zelfstandige mee in de ploeg van één schildersbedrijf, op aanwijzing van hun voorman en ingeroosterd zoals hun vaste schilders, dan kan dat wijzen op inbedding in die organisatie en op een gezagsverhouding. Dat is precies wat de Belastingdienst als schijnzelfstandigheid kan zien. Het gaat niet om één los kenmerk, maar om het totaalplaatje.
De rechter beoordeelt dat totaalplaatje met een holistische toets. Die norm komt uit de arresten Deliveroo (Hoge Raad, 24 maart 2023) en Uber (Hoge Raad, 21 februari 2025): alle omstandigheden samen bepalen of iemand werknemer is of ondernemer.
Waar let de Belastingdienst op bij schilders?
Er is geen puntensysteem en geen cijfer dat je “geslaagd” verklaart. De Belastingdienst weegt gezichtspunten tegen elkaar af. Een paar die bij schilderwerk vaak het verschil maken:
- Resultaat of tijd. Neem je een afgebakende klus aan — een gevel of woning voor een vaste projectprijs of per m² (past bij ondernemen)? Of “schilder je mee zolang het duurt” op uurbasis onder aansturing (past eerder bij loondienst)?
- Wie bepaalt hóé en wanneer. Bepaal je zelf je werkwijze en planning, of word je ingeroosterd en loop je mee in het ritme van het schildersbedrijf, net als hun vaste schilders?
- Eigen materiaal en risico. Werk je met eigen verf, ladders en spuitapparatuur, ben je zelf aansprakelijk voor fouten en geef je zelf garantie? Dat commerciële risico past bij ondernemen.
- Meerdere opdrachtgevers. Offreer je zelf en werk je voor verschillende partijen — particulier én zakelijk — of ben je feitelijk fulltime van één schildersbedrijf afhankelijk?
- Seizoen en planning. Bepaal je zelf wanneer je buitenwerk inplant, of hangt je agenda volledig aan de roostering van één opdrachtgever?
Belangrijke nuance: dat je op locatie van de klant werkt, zegt op zichzelf weinig. Een gevel schilder je nu eenmaal ter plekke, niet vanuit huis. Het gaat er niet om waar je staat, maar om wie bepaalt hóé en wanneer je werkt, en of je meedraait als vast personeel. Laat je dus niet gek maken door het argument “je bent daar toch elke dag”.
Wil je hier meer over lezen, kijk dan bij de Belastingdienst — arbeidsrelaties en de uitleg van KVK — Wet DBA.
Gratis Wet DBA-check — Ontdek in een paar minuten welke kenmerken van jouw schilderswerk richting zelfstandigheid of loondienst wijzen. Geen score, geen e-mail nodig. Doe de gratis check →
Ben ik als schilder schijnzelfstandig?
Dat hangt af van het totaalplaatje, niet van één kenmerk. Neem je klussen aan per project of per m², bepaal je zelf hoe en wanneer je werkt, gebruik je eigen verf en materiaal, geef je zelf garantie en heb je meerdere opdrachtgevers, dan wijst dat richting echt ondernemerschap. Draai je daarentegen jaar in jaar uit mee in de ploeg van één schildersbedrijf, op aanwijzing van de voorman en op uurbasis, dan kan dat op schijnzelfstandigheid wijzen. Alleen een beoordeling van jouw concrete situatie geeft uitsluitsel; dit artikel is algemene voorlichting en geen oordeel over jou.
Je zichtbaarheid als ondernemer
Reputatie, acquisitie en naamsbekendheid zijn ook een gezichtspunt in de holistische toets: presenteer je je naar buiten toe als een zelfstandig ondernemer? Een eigen website, waarop je je projecten, je afgewerkte gevels en interieurs en je bedrijfsnaam laat zien, maakt dat je al aan de wereld toont dat je ondernemer bent.
Wees hier eerlijk over: een website maakt je niet “DBA-proof”, is niet verplicht volgens de Wet DBA, verbetert je DBA-status niet en levert geen “punten” op. Het voorkomt ook geen naheffing. Wat een website wél doet, is bestaand ondernemerschap zichtbaar maken. Ben je in de praktijk gewoon iemands verkapte werknemer, dan verandert een mooie site daar niets aan. Ben je een echte ondernemer, dan helpt zichtbaarheid dat beeld te onderbouwen. Meer niet, maar ook niet minder.
Wat kun je nu doen
Een paar praktische stappen:
- Kijk kritisch naar je opdrachten. Werk je feitelijk als vast personeel bij één schildersbedrijf? Bespreek dan of je afgebakende klussen op resultaat kunt aannemen — per project of per m² — in plaats van meedraaien op uurbasis.
- Regel je ondernemerskant op orde. Eigen materiaal, een eigen aansprakelijkheidsverzekering, zelf offreren, zelf garantie geven en, waar het kan, meerdere opdrachtgevers — particulier én zakelijk.
- Laat opdrachtgevers de Webmodule invullen. Via de Webmodule kan een opdrachtgever een indicatie krijgen over een arbeidsrelatie. Die is bedoeld voor opdrachtgevers en geeft geen zekerheid, maar wel een richting.
- Schakel bij hoge inzet een fiscalist of jurist in. Twijfel je serieus of gaat het om veel omzet? Laat een specialist naar je concrete situatie kijken.
Goed om te weten hoe het risico verdeeld is: een naheffing loonheffingen landt vooral bij de opdrachtgever. Voor jou als zelfstandige zit het risico vooral in de inkomstenbelasting, bijvoorbeeld doordat je de ondernemersaftrek achteraf niet blijkt te mogen gebruiken.
En de stand van zaken in 2026, zodat je je niet gek laat maken: de handhaving op schijnzelfstandigheid loopt sinds 1 januari 2025. In 2026 zijn vergrijpboetes mogelijk; verzuimboetes nog niet, vanwege een zachte landing. Het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR is op 6 maart 2026 geschrapt. Het rechtsvermoeden van werknemerschap rond zo’n €38 per uur is een vóórstel, geen wet en geen minimumtarief. De Zelfstandigenwet is nog in ontwikkeling. De holistische toets uit Deliveroo en Uber blijft ondertussen gewoon de norm. Een goed overzicht vind je bij Rijksoverheid — voorkomen van schijnzelfstandigheid.
Wil je gevoel krijgen bij waar jouw werk staat? Doe dan onze gratis, vrijblijvende Wet DBA-check. Je krijgt geen score en geen oordeel, maar wel inzicht in welke kenmerken van jouw schilderswerk richting zelfstandigheid of richting loondienst wijzen — een handige eerste stap voordat je met een adviseur om tafel gaat.